06 september 2012
WERK
Harrie loopt lang genoeg in de ambtenarij mee om te durven zeggen dat dat een lastige klus zal worden. Hij zei daarom 5 jaar geleden direct dat ie dacht dat je de verschillende ambtenaren bij elkaar zou moeten zetten in één dienst. Het was maar goed dat de blikken van zijn collega's van andere provincies toen niet dodelijk waren.
Wat volgde was een traject dat zo vlot liep als koude stroop. Er werd vergaderd, er werd nog eens vergaderd, er werd om de hete brij heen gedraaid en daarna werd er nog maar eens vergaderd. Harrie werd er bijna gek van. Vooruitgang leek er niet in het project te zitten. Harrie had zelfs het idee dat de opdrachtgever van het project (een kopstuk uit zijn organisatie, laten we hem voor het gemak Sjimmie noemen) ook helemaal niet naar iets concreets toewerkte. Harrie zei daar op een bepaald moment iets van. Vlak daarna werd ie met wat smoezen van het project gehaald en kreeg ie een punt van kritiek in zijn beoordelingsformulier.
Zonder Harrie sukkelde het project door. Vorige week werd ineens verteld dat Harrie en zijn collega's hun werkplek zullen moeten gaan verlaten. Ze zullen namelijk samen met collega-ambtenaren van andere organisaties in een aparte dienst worden gezet. Of, nou ja, eigenlijk werd dat níet verteld. Er werd gezegd dat er verkenningen waren geweest, dat er dingen waren gedeeld en dat er een weg was ingeslagen. Harries collega's -allemaal niet bepaald de domsten der aarde- snapten tóch wat Sjimmie bedoelde.
Voor de meesten kwam het onverwacht, maar die waren natuurlijk ook niet eerder bij het project betrokken geweest. Harrie was eigenlijk blij dat ze -na 5 jaar aftasten, vergaderen, koffie drinken en luxe broodjes eten- eindelijk de keuze hadden gemaakt waarvoor hij 5 jaar eerder nog bijna voor was gelyncht. De meeste collega's waren niet blij dat ze hun werkplek dreigden te moeten verlaten. Dat maakten ze duidelijk aan Sjimmie, maar die zei dat het allemaal nog niet zeker was. "We kunnen dus nog een andere keuze maken?", vroegen Harries collega's. Maar nee, dat had Sjimmie niet gezegd. Er was een weg ingeslagen en die leidde maar in één richting.
Harrie kon zich lang stilhouden tijdens de bijeenkomst. Hij weet inmiddels als geen ander dat dat het beste is in een open en transparante organisatie als de zijne, waarin je álles kunt zeggen: je mond houden. Toch kon hij het niet nalaten op enig moment tegen Sjimmie te zeggen dat hij namens zijn collega's sprak als ie zei dat ie niet het idee had dat de directie erg voor de mensen op de werkvloer opkwam. Sjimmie keek Harrie lelijk aan en bleef stil. Harrie kreeg geen antwoord, Sjimmie ging Harrie steeds lelijker aankijken en bleef stil. Het bleef zó lang stil dat iemand anders een vraag ging stellen. Toen was Sjimmie mooi van Harrie af.
Vlak voor het einde van de bijeenkomst zei Sjimmie nog dat ie blij was dat ie eindelijk eens met dit groepje mensen had kunnen praten. Tot aan deze bijeenkomst had ie altijd het idee gehad dat Harrie en zijn collega's niet konden praten, was zo'n beetje de boodschap. Met afgezakte broek verliet Harrie het pand.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten