19 september 2012

Rambo


Rambo, de man van Harries zus Hannie, is afgelopen vrijdag zomaar ineens doodgegaan. Overmorgen is zijn uitvaart en Harrie heeft zich voorgenomen  om daar wat over Rambo te gaan vertellen.

Nu is het Harrie opgevallen dat er bij uitvaarten zelden of nooit iets slechts over een dode wordt gezegd. De dode blijkt altijd een lieve vader of moeder en de ideale man of vrouw te zijn geweest. En dat is natuurlijk vreemd, want u en ik weten donders goed dat er vooral een hoop klootzakken in de wereld rondlopen. 

Zelf houdt Harrie van eerlijkheid, dus toen hij zich voornam om wat over Rambo te gaan zeggen besloot hij de waarheid te gaan vertellen. Hij heeft daarom de afgelopen nog eens goed nagedacht over de goede, maar ook over de slechte kanten van Rambo. En aan het eind van zijn overpeinzingen moest hij vaststellen dat in dit geval toch echt alleen goede dingen te vertellen zijn.

Rambo was een 100% goed mens. Harrie merkte dat voor het eerst écht rond 1990, toen hij depressief werd. In zijn zoektocht naar rust kwam hij in die tijd nogal vaak bij Rambo en Hannie over de vloer. Nu neemt Harrie aan dat het niet makkelijk is om regelmatig een depressief persoon over de vloer te hebben en zeker niet als die persoon geen vriend of directe familie is. Maar Rambo gaf Harrie altijd de indruk dat hij oprecht van harte welkom was.

Omdat Harrie zo vaak bij Rambo en Hannie (en later ook bij hun dochter Willemien) thuis kwam heeft hij een hele goede indruk gekregen van Rambo's aard. Het eerste wat hem opviel was natuurlijk dat hij dol was op Hannie en Willemnie. Een betere man en vader hadden ze zich waarschijnlijk niet kunnen wensen. Verder had Rambo in Harries ogen ook een enorme energie. Als hij thuiskwam van zijn werk ging hij zonder klagen vaak ook nog boodschappen doen en eten koken.

Maar wat Harrie vooral zal bijblijven is dat Rambo een positief ingesteld mens was en altijd het goede in andere mensen zag. Met die instelling maakte hij zich vrijwel altijd meteen geliefd bij iedereen die in zijn omgeving kwam. Harries vrouw en kinderen accepteerde hij meteen als volwaardige nieuwe leden van de familie. Het verklaart waarschijnlijk ook waarom Harries zoons Frank vaak hun favoriete oom noemden.

In Harries familie was maar één stel dat aan het spook van de echtscheiding wist te ontsnappen en dat was Rambo met zijn Hannie. Blijkbaar kon God, als die bestaat, dat moeilijk verkroppen. In elk geval is aan het enige stabiele huwelijk in Harries familie nu óók een einde gekomen. Harrie vindt het vreselijk dat dit Hannie en Willemien, maar ook Rambo's familie en de zijne, moet overkomen.

Toch is er één ding wat Harrie enige steun geeft. Zes jaar geleden kwam Pauline, een van Harries beste vriendinnen, bij een auto-ongeluk om het leven. Ze was 41 jaar en eigenlijk net zo iemand als Rambo: vrolijk, optimistisch en een steun voor iedereen. In de jaren na haar dood heeft Harrie zich vaak afgevraagd waarom juist zíj dood moest. Ook toen heeft hij zich al vaak afgevraagd waarom God, als die zou bestaan, juist háár moest hebben en niet de een of andere criminele klootzak. Maar op een gegeven moment heeft Harrie zich toen gerealiseerd dat hij -als hij God was- óók liever Pauline bij zich had gehad dan een chagrijnige bejaarde. Met dezelfde redenering kan hij enige vrede met Rambos dood hebben.

Maar omdat Harrie niet in God gelooft zal hij zich minstens even vaak blijven afvragen waarom dit moest gebeuren. Bovendien zal hij nu ook weer op zoek moeten naar een ander familielid dat fan is van Ajax en Harrie kan u verzekeren dat dat niet meevalt voor een Brabander. Harrie heeft zich in elk geval wel voorgenomen om voortaan bij elke goal van Ajax even aan Rambo te denken. De kans dat hij hem snel zal vergeten is dan ook niet zo groot.

06 september 2012

WERK


Harrie loopt lang genoeg in de ambtenarij mee om te durven zeggen dat dat een lastige klus zal worden. Hij zei daarom 5 jaar geleden direct dat ie dacht dat je de verschillende ambtenaren bij elkaar zou moeten zetten in één dienst. Het was maar goed dat de blikken van zijn collega's van andere provincies toen niet dodelijk waren.

Wat volgde was een traject dat zo vlot liep als koude stroop. Er werd vergaderd, er werd nog eens vergaderd, er werd om de hete brij heen gedraaid en daarna werd er nog maar eens vergaderd. Harrie werd er bijna gek van. Vooruitgang leek er niet in het project te zitten. Harrie had zelfs het idee dat de opdrachtgever van het project (een kopstuk uit zijn organisatie, laten we hem voor het gemak Sjimmie noemen) ook helemaal niet naar iets concreets toewerkte. Harrie zei daar op een bepaald moment iets van. Vlak daarna werd ie met wat smoezen van het project gehaald en kreeg ie een punt van kritiek in zijn beoordelingsformulier.

Zonder Harrie sukkelde het project door. Vorige week werd ineens verteld dat Harrie en zijn collega's hun werkplek zullen moeten gaan verlaten. Ze zullen namelijk samen met collega-ambtenaren van andere organisaties in een aparte dienst worden gezet. Of, nou ja, eigenlijk werd dat níet verteld. Er werd gezegd dat er verkenningen waren geweest, dat er dingen waren gedeeld en dat er een weg was ingeslagen. Harries collega's -allemaal niet bepaald de domsten der aarde- snapten tóch wat Sjimmie bedoelde.

Voor de meesten kwam het onverwacht, maar die waren natuurlijk ook niet eerder bij het project betrokken geweest. Harrie was eigenlijk blij dat ze -na 5 jaar aftasten, vergaderen, koffie drinken en luxe broodjes eten- eindelijk de keuze hadden gemaakt waarvoor hij 5 jaar eerder nog bijna voor was gelyncht. De meeste collega's waren niet blij dat ze hun werkplek dreigden te moeten verlaten. Dat maakten ze duidelijk aan Sjimmie, maar die zei dat het allemaal nog niet zeker was. "We kunnen dus nog een andere keuze maken?", vroegen Harries collega's. Maar nee, dat had Sjimmie niet gezegd. Er was een weg ingeslagen en die leidde maar in één richting.

Harrie kon zich lang stilhouden tijdens de bijeenkomst. Hij weet inmiddels als geen ander dat dat het beste is in een open en transparante organisatie als de zijne, waarin je álles kunt zeggen: je mond houden. Toch kon hij het niet nalaten op enig moment tegen Sjimmie te zeggen dat hij namens zijn collega's sprak als ie zei dat ie niet het idee had dat de directie erg voor de mensen op de werkvloer opkwam. Sjimmie keek Harrie lelijk aan en bleef stil. Harrie kreeg geen antwoord, Sjimmie ging Harrie steeds lelijker aankijken en bleef stil. Het bleef zó lang stil dat iemand anders een vraag ging stellen. Toen was Sjimmie mooi van Harrie af.

Vlak voor het einde van de bijeenkomst zei Sjimmie nog dat ie blij was dat ie eindelijk eens met dit groepje mensen had kunnen praten. Tot aan deze bijeenkomst had ie altijd het idee gehad dat Harrie en zijn collega's niet konden praten, was zo'n beetje de boodschap. Met afgezakte broek verliet Harrie het pand.